zaterdag 15 augustus 2009

GEDICHT DOOR EEN BEER MET HEEL WEINIG HERSENS

Gedicht door een Beer met Heel Weinig Hersens:

Op maandag, bij wel aardig weer,
vraag ik mezelf af, keer op keer,
-je weet zoiets gauw niet meer-
Wanneer is dat wat en wat dat?
Wanneer?

Op dinsdag - en de lucht doet raar-
haal ik weer alles door elkaar.
Is die nou hier en deze daar
of deze hier en die juist daar?
Waar?

Op woensdag, 't sneeuwt en hagelt wat,
-O, als ik toch maar hersens had!-
weet ik niet meer hoe het nou zat:
Wat is van wie? Wie is van wat
en wie is wat?

Op donderdag -het weer valt mee-
denk ik maar steeds : een d of t?
Ik deet, ik deed, ik deedt? Ik dee?!
Soms wel. Soms niet. Soms alle twee.
O, nee!

Op vrijdag..

'Ja, dat klopt, het is vrijdag, zei Kanga, die helemaal niet weten wilde wat er op vrijdags ging gebeuren. Roe moest in bad. En dat is dat. Of dad, of dadt. In bad. Bat. Badt

( mijn favoriete pasage uit Winnie-de-Poeh en Het huis in het Poeh-hoekje. )

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen